“Jeetje, Chique” is de eerste reactie van lange vriendin K., zelf rijdster van een Mini Cooper.  “Doe er maar een strik om, deze wil ik wel”, glundert de veel kleinere C., die een Fiat 500 heeft. Het lijkt het meest overtuigende beslispunt te zijn, want als ik vraag of ze wil horen wat mijn ervaringen zijn, zegt ze meteen: “Maakt me niet uit, ik vind hem mooi.”

Ik heb bewust geschreven dat de ene lang is en de andere klein, want dit maakt nogal een verschil in beleving. De eerste paar dagen stoot ik met mijn 1 meter 75 voortdurend mijn hoofd aan het dak bij het instappen, maar ook tijdens het rijden als ik wat ga verzitten. Doordat de voorstoel bij het uitstappen automatisch ver achter de “B-stijl” (het vaste deel van het casco tussen de voor- en achterdeur) schuift, schamp ik ook regelmatig mijn heup. Om vervolgens de deur dicht te kunnen trekken komt mijn lengte wel weer goed van pas, ik kan er net aan bij. Na een paar dagen heb ik de move wel gevonden om zonder butsen de auto in te zakken. De stoel onthoudt de stoelinstellingen van de laatste rit, dus word ik na het dichtklappen van de deur wel weer automatisch in de goede positie geschoven, onder het genot van een pauzemuziekje.

Het toch al niet al te ruim ontworpen zicht door de achteruitkijkspiegel wordt nog verder beperkt door mijn lengte, als ik mezelf klein maak, blijkt er iets meer overzicht op de situatie achter mij te ontstaan, maar ook dan haalt het niet over. Maar goed, het blijkt in Nederland niet eens verplicht te zijn om een achteruitkijkspiegel te hebben, dus in dat opzicht is zelfs glimp al heel netjes.

Als laatste minpunt valt ook het beperkte zicht over de rechterschouder op, maar dat heeft niet met de lengte van de bestuurder te maken. De combinatie van bestuurderstoel en achterstijlen – ik weet ook nog maar sinds kort dat dit wordt aangeduid met de C-stijl (vlak achter de passagiersdeur zit) en de D-stijl (langs het achterraam) – maakte dat ik geen idee had of er fietsers aan kwamen. Tot zover de minpunten, die wellicht minder of niet aanwezig zijn als je kleiner van stuk bent

Wat een soepel rijdende auto! De automatische versnelling glijdt met minimale schakelhikjes van 0 tot 100 in 7,5 seconden. Op plekken waar het nodig is, of als je heel graag zelf wilt bepalen in welke versnelling je wilt rijden kun je met de flippers op het stuur de versnellingen ook zelf bedienen. Hiermee kun je dus ook ‘remmen op de motor’ wat bij een automaat normaal gesproken niet zo goed lukt. Scheelt slijtage aan je remblokken en voor een beetje minder hard worden je achterliggers ook niet gewaarschuwd met een fel remlicht.

In de normale modus voelt deze auto vooral degelijk en veilig, met een nauwelijks opvallende maar zeer goed werkende Actieve Rijbaan assistent blijf je prima op koers. De adaptieve Cruise Controle werkt al even onopgemerkt: je wordt niet plotseling afgeremd als er iemand in het gat van de voorgeprogrammeerde veilige afstand duikt, maar mindert subtiel vaart. Zodra de veilige afstand hersteld is, trekt de snelheid met eenzelfde souplesse weer aan. Bij het wisselen van rijbaan blijkt de Dode Hoek assistent wel extreem alert. Als ik van de meest rechterbaan naar de middelste wil, laat een luide piep me weten dat er in de meest linkse baan ook nog een auto zit. Dit is alleen handig als beide auto’s net op hetzelfde moment besloten hebben om naar de tussenliggende baan te verplaatsen.

Parkeer Assistent gediskwalificeerd
De Parkeer Assistent belooft vrijwel zelfstandig je auto in een vak te kunnen zetten. Ik lees eerst maar even de handleiding en zie dat er aardig wat voorbehoud en voorwaarden zijn om dit vlekkeloos te laten verlopen. Ik probeer het natuurlijk uit. De auto kan zelf een geschikte plek zoeken. De eerste keer eindig ik dwars over twee parkeerplekken. De tweede keer vindt hij alle ruime plekken kennelijk te moeilijk, de derde keer bij een hele duidelijk omlijnde plek eindig ik allesbehalve netjes in het vak en de vierde keer met een band op de stoep. Elke parkeerpoging kost bovendien aardig wat tijd. Sorry, Parkeer Assistent, dit kan ik zelf echt sneller en beter!

Sportmodi
Voor een directer contact kun je de auto eenvoudig omschakelen naar de sportieve stand. Dit levert meteen meer geluid op, maar ook versnelling zodra je met een teen wiebelt en een stuur dat bijna reageert op je ademhaling. Je moet ervan houden, speciaal voor die mensen noem ik dat de auto op zijn snelst 225 km/u moet kunnen halen. Ik laat die test graag aan u over!

Opvallend is de zorg voor de medegebruikers van de auto. Van beenruimte tot bekerhouders en speakerssysteem, Kia weet het dat auto’s niet alleen door de bestuurder gebruikt worden. Echt superhandig, zijn alle opbergvakjes in de bagageruimte: niks zo irritant als schuivende spullen. Keurig weggewerkt onder klepjes die gezamenlijk een aansluitende platte vloer vormen voor de grotere dingen.

Zoals gezegd, deze auto oogst door zijn looks al zoveel bewondering dat de rijervaring er misschien niet eens toe doet. Voor iedereen die op basis van de looks meteen verkocht is (terecht) zou ik echter zeker aanbevelen een proefrit te maken om te kijken of deze auto jou op je lijf geschreven is!

Yvonne Pijnacker schreef de rij impressie voor de rubriek vrouw aan het stuur – https://vrouwaanhetstuur.nl
Fotografie: HuubKPhoto.com

Technische specificaties

Rij impressie: Kia Proceed GT 1.6 T GDi DCT
Motor: 1.6 T-GDi benzinemotor
Vermogen: 204 Pk
Transmissie: automaat
Gem. verbruik: 6,2 l/100 km
CO2-uitstoot: 142 g/km
Actieradius: 540 km per volle tank
Topsnelheid: 225 km/uur
0-100-acceleratie: 7,5 sec
Bagageruimte: 594 / 1.545 liter
L x b x h: 4605 1800 x 1442 mm
Massa leeg: 1.338 kg
Vanaf prijs: € € 43.295,00
Prijs testmodel: € € 45.295,00